Views
4 years ago

The Jaguar #03

  • Text
  • Jaguar
  • Nieuwe
  • Jaar
  • Eerste
  • Auto
  • Formule
  • Waar
  • Kunt
  • Twee
  • Eigen
In de nieuwste editie van The Jaguar onthullen we onze nieuwe aanwinst, de compacte, sportieve en praktische E-PACE, die waar hij ook verschijnt de aandacht opeist. Terwijl we ons opmaken om in 2020 elke Jaguar beschikbaar te maken met elektrische aandrijving, belichten we hoe onze grensverleggende autosportactiviteiten helpen bij de ontwikkeling van nieuwe Jaguars, van autosportgeschiedenis op Le Mans tot de brute XE SV Project 8 op de Nürburgring en onze deelname aan het revolutionaire FIA Formule E-kampioenschap.

LE MANS 1957 In 1957

LE MANS 1957 In 1957 zagen zo’n 250.000 toeschouwers op het beroemde Le Mans-circuit hoe de Ecurie Ecosse D-Type met nummer 3 het veld domineerde H et gejuich begon al toen monteur Ron Gaudion en zijn Ecurie Ecosse-teamgenoten in 1957 in Cherbourg van de ferry kwamen rijden. ‘Vive la Jaguar! Vive la Jaguar!’ “De hele weg van Cherbourg naar Le Mans stonden er mensen langs de route en voor de ramen. Kinderen en volwassenen probeerden allemaal de auto’s even aan te raken en vragen te stellen”, herinnert de Australiër zich. “Het was ongelofelijk, want de race was pas een paar dagen later.” Iedereen was al vertrouwd met de Jaguar D-Type. Immers, de door de luchtvaart geïnspireerde monocoque van de hand van ontwerper Malcom Slayer was een wereld van verschil met de concurrentie en blonk uit in aerodynamische efficiëntie. “Hij was gebouwd om Le Mans te winnen”, vertelt Andy Wallace, hoofd testrijder bij Jaguar Land Rover Classic. En hij kan het weten. Wallace heeft namelijk eerstehands ervaring achter het stuur van een D-Type: in 2016 schreef hij de Le Mans Classic op zijn naam. “De kwaliteit van de auto is direct voelbaar, hij is uitzonderlijk goed gebouwd. Op rechte stukken is hij waanzinnig snel, wat ideaal is voor het enorm lange rechte eind op Le Mans.” Het unieke design van de D-Type had in 1955 en 1956 al geresulteerd in het winnen van de 24 Uur van Le Mans, maar niemand had kunnen vermoeden wat er in 1957 zou gebeuren. Jaguar had eind 1956 besloten het fabrieksteam terug te trekken uit de autosport, maar vier privéteams schreven zich met vijf D-Types in voor de race in 1957. Twee daarvan behoorden toe aan Ecurie Ecosse, een klein team dat enkele jaren daarvoor was opgezet door de francofiele Schot David Murray. In 1956 had dat team al voor een verrassing gezorgd door het fabrieksteam te verslaan en met een D-Type Le Mans te winnen. Ondanks dat succes waren de verwachtingen in 1957 niet al te hoog gespannen. “We waren heel relaxed over de vooruitzichten, vooral omdat de grote fabrieksteams van Ferrari, Aston Martin en Maserati er heel sterk uitzagen”, aldus Gaudion, die aanvankelijk als monteur bij het Jaguar-team werkte om in 1956 over te stappen naar Ecurie Ecosse. Vooral Maserati met de 450S, bijgenaamd de Bazooka, zag er heel sterk uit met coureurs als Stirling Moss en de toen al legendarische Juan Manuel Fangio. Tijdens de trainingen leken de Ferrari’s en Maserati’s onverslaanbaar, met Fangio die de snelste ronde in tien jaar noteerde. Op de dag voor de slopende race kreeg een van de twee Ecurie Ecosse Jaguars een motorprobleem, waardoor Gaudion en zijn twee collega-monteurs tot diep in de nacht doorwerkten om het euvel te verhelpen. Toen ze klaar waren, besloot teameigenaar David Murray, zelf een voormalig “ ER HING EEN FANTASTISCHE SFEER, ALLES EN IEDEREEN BRUISTE VAN ENTHOUSIASME” FOTOGRAFIE: KLEMANTASKI COLLECTION / KONTRIBUTOR / GETTY IMAGES; PRIVAT 44 THE JAGUAR

Ron Gaudion (tweede van links, met hand op voorruit) kijkt toe hoe Ron Flockhart (links) en Ivor Bueb (rechts) de fans toezwaaien na de overwinning van de 24 Uur van Le Mans in 1957 coureur, om de auto om vier uur ’s nachts te testen. Gaudion: “Hij mocht niet het circuit op, maar daar liet hij zich niet door tegenhouden. Dus ging hij de openbare weg op waar hij 270 km/h noteerde!” Toen de race 12 uur later op zaterdagmiddag 22 juni van start ging, stonden er 250.000 mensen langs het circuit. “Er hing een fantastische sfeer, alles en iedereen bruiste van enthousiasme”, vertelt Gaudion. “Onze tactiek was eenvoudig: doe het rustig aan en laat de favorieten het in de eerste uren onderling maar lekker uitvechten. Le Mans is zwaar voor het materiaal en we wisten dat we een betrouwbare auto hadden met een lange adem.” Twee uur later al reed de nummer 3 Ecosse van Ron Flockhart en Ivor Bueb vooraan. De twee sloten goed op elkaar aan. Flockart, de winnaar van 1956, was een vliegende Schot die zich als piloot van zijn eigen vliegtuig naar de races vloog; Bueb, de winnaar van 1955, was rustig, onverstoorbaar en een uitstekend nachtcoureur. Ronde na ronde bleven ze het tempo aangeven, met in hun kielzog de andere vier Jaguars, terwijl eerdergenoemde fabrieksauto’s te maken hadden met mechanische problemen. “Met nog een uur of drie te gaan, begonnen we te beseffen dat we een goede kans maakten”, aldus Gaudion. “Maar tegen die tijd waren we helemaal uitgeput. Onze eerste auto deed het uitstekend, maar we moesten alert blijven. In die tijd had je geen radio, dus je wist nooit of ze aan het einde van een ronde met een probleem de pits in zouden rijden. Op zulke momenten overleefde je puur op adrenaline.” “ WE MOESTEN ALERT BLIJVEN EN OVERLEEFDEN PUUR OP ADRENALINE” De Jaguar was zo snel en betrouwbaar, dat toen het geblokte zwartwit om vier uur ’s middags naar beneden kwam de twee Jaguars van Ecurie Ecosse als eerste en tweede over de finish kwamen; de andere D-Types finishten als derde, vierde en zesde. Ron Gaudion herinnert zich nog goed de opluchting. “We konden God wel op onze blote knieën danken! Teambaas David Murray had halverwege de middag al wat flessen champagne besteld omdat hij een goed gevoel kreeg. De champagne smaakte uitstekend en ’s avonds hebben we genoten van een overwinningsdiner.” Het was de derde opeenvolgende Le Mans-overwinning voor de D-Type, waarmee zijn status als een van de beste auto’s op Le Mans ooit voor eeuwig in de analen is bijgeschreven. Voor Jaguar was het een geweldige prestatie. Nooit eerder had een merk de belangrijkste race ter wereld op zo’n overtuigende manier gedomineerd. En dat de vijf Jaguars het in privéteams deden tegen fabrieksteams met een grote reputatie in de autosport, maakt de prestatie alleen maar groter. Jaguar Land Rover Classic legt zich toe op het beschermen en restaureren van ons erfgoed voor toekomstige generaties. Bezoek voor meer informatie: jaguar.com/classic THE JAGUAR 45

 

Jaguar Magazine

 

Jaguar Magazine is een ode aan creativiteit, met exclusieve artikelen die de zintuigen prikkelen, van verleidelijk design tot geavanceerde technologie.

In dit nummer verkennen we de creativiteit van de Braziliaanse meesters die de elegante kunst van capoeira creëerden, maar ook die van Ierse kunstenaars die oude en nieuwe cultuur met elkaar verenigen. Ook ontdekt u de creatieve lijn die van Victoriaans behang naar de iPhone loopt. En het multitalent Riz Ahmed, acteur en performer, legt uit waarom nu het juiste moment is om zijn ware ik aan de wereld te onthullen.

© JAGUAR LAND ROVER LIMITED 2020

Registered Office: Abbey Road, Whitley, Coventry CV3 4LF
Registered in England No: 1672070
De hier vermelde waarden zijn het resultaat van officiële fabrieksmetingen in overeenstemming met de EU-wetgeving.
Uitsluitend voor vergelijkingsdoeleinden. Verbruik onder 'real-world'-omstandigheden kan verschillen.